Winkel

Resultaat 1–6 van de 16 resultaten wordt getoond

  • 40 + 40 = 70 – Het wielerleven van Noël Demeulenaere

    Als je Vlaanderen zegt, zeg je wielersport. Als je wielersport zegt, zeg je sponsors. Zeg je Vlaanderen, wielersport en sponsors in één zin, dan kom je bij Noël Demeulenaere uit.

    Noël Demeulenaere was van jongs af aan gepassioneerd door de wielersport. Plaatselijke vedetten zoals Boudewijn Devos en Julien Gekiere hadden daar een groot aandeel in. Noël volgde hen naar hun wedstrijden en vierde mee bij de talloze overwinningen.

    Zelf koersen zat er niet in maar door zijn zakelijk instinct en zijn enorm netwerk was hij gedoemd om uiteindelijk in het wielerwereldje terecht te komen.

    Al bij al gebeurde dit toch nog vrij toevallig. Op het einde van 1971 trok het bedrijf Mars van de chocoladerepen en Hein Verbruggen zich terug uit de ploeg Mars-flandria. Het eens zo grote flandria zat daardoor in financiële problemen. Maar Beaulieu en dus Noël Demeulenaere sprongen bij en creëerden flandria-Beaulieu. Een grote ploeg met o.a. de wereldkampioenen Eric De Vlaeminck en Dirk Baert. Alsook jan Janssen, André Dierickx, Johan De Muynck en op het einde van het jaar Freddy Maertens.

    De samenwerking was eenmalig maar Noël Demeulenaere was het wereldje binnengerold en zou het de komende 36 jaar niet meer verlaten.

    Na flandria kwamen Splendor met Michel Pollentier in de Ronde van Vlaanderen en vervolgens Hitachi met Claude Criquielion als wereldkampioen en winnaar in de Ronde van Vlaanderen.

    Noël Demeulenaere keek echter niet alleen naar de grote renners. Ook vele kleine renners en kleine sponsors konden bij hem terecht. Euroclean, Ipso, Willy Naessens, Collstrop, Palmans, Assur Carpets, enz …. Te veel om op te noemen zorgden ervoor dat vele Vlaamse en buitenlandse mindere goden aan het werk konden in het wielerpeloton. 

    Daarnaast werden deze ploegen ook helpers bij de omscholing van renners. Adri van der Poel werd crosser bij Collstrop, Mario De Clercq bij Palmans, Johan Capiot en Carlo Bomans kregen een kans om uit te bollen en de stap naar sportdirecteur te zetten. Andere renners konden dan weer in deze ploegen een stapje terugzetten voordat ze een grotere naar voor zetten.

    Andere ploegen die met de hulp van Noël Demeulenaere het levenslicht zagen waren Aernoudt met de jonge Eric Vanderaerden, Vermeer-Thijs met Fons De Wolf, Europ Decor met Frank Hoste en Marc Sergeant en Marlux.

    Het meesterwerk van Noël Demeulenaere was echter de vorming van DE topploeg. Het huidige Quickstep-Innergetics is namelijk de erfgenaam van de Mapeiploeg die op zijn beurt weer ontstond uit de MG-GB-ploeg die de voortzetting was van TonTon Tapis-GB in 1991. De start was toentertijd misschien wat minder, onder andere door de financiële problemen van TonTon Tapis, maar GB deed verder en groeide uit tot de ploeg van Vlaanderen. Tot 1998 werden er 466 overwinningen behaald met zelfs een topjaar 1997 met 93 overwinningen.

    Naast deze falanks van het wielrennen had Noël eveneens zijn aandeel in de groei van de Lotto-ploeg. Hij stond mee aan de wieg van deze ploeg en zorgde aanvankelijk via Isoglass voor de nodige co-sponsoring. Later bracht hij Berryfloor, Mobistar, Adecco en ABX als co-sponsors aan.

    In de periode 2003-2004 werd zelfs met de ploeg US Postal-Berryfloor tweemaal de Tour de France gewonnen. Toch het hoogtepunt in een wielerjaar.

    Noël Demeulenaere doet het de laatste jaren wat rustiger aan. Niettemin heeft hij nog altijd zijn aandeel in het ontstaan van ploegen zoals Jartazzi, Mitshubishi, Revor, Chocolade Jacques en recent in de transfer van Niko Eeckhout naar de ploeg van Sean Kelly.

    We hebben op dit alles ons rekenmachine losgelaten. 739 renners kregen een contract bij ploegen waar Noël Demeulenaere voor de sponsoring zorgde. Dit komt neer op ruim 1600 jaarcontracten of maar liefst 16 eeuwen. Renners van 33 verschillende nationaliteiten kregen een contract. En dit alles werd bekroond met 1870 overwinningen.

    4 Wereldkampioenen (Criquielion, Museeuw, Camenzind, Olano), 3 wereldbekers, de Tour (Armstrong), de Giro (Tonkov) en de Vuelta (Heras), 99 ritoverwinningen in Tour, Giro en Vuelta. Alle klassiekers met uitzondering van Luik-Bastenaken-Luik.

    27 Nationale kampioenen, 4 Wereldkampioenen in het veldrijden en 10 nationale kampioenen, 1 wereldkampioen achtervolging en 4 nationale kampioenen op de piste.

    Dus zeker een boek dat zowel voor de wielerkenner als voor de niet-wielerkenner de moeite waard is om aan te schaffen.

    Gegevens

    Auteur: Jan De Smet en Marc Fourneau
    Uitgever: Jan De Smet
    Publicatiedatum: 2008
    Aantal Pagina’s: 102
    Afmetingen: 21,5 x 30,3 x 1,2 cm
    ISBN: –
    Bindwijze: Hardback

    In winkelmand
  • Achteraan het peloton moet ook reclame zijn

    De oorspronkelijke titel van dit boek was “Gazettenpraat: Een “literatuurstudie” over Ton Vissers met nu en dan een zijsprong naar andere mistoestanden”, maar achteraf bekeken was deze titel minder aantrekkelijk. Niettemin blijft de ondertitel “Een “literatuurstudie” over Ton Vissers met nu en dan een zijsprong naar andere mistoestanden” gelden en is het een mooie weergave van de opzet van dit boek.

    In dit boek wordt namelijk een mindere periode van de wielergeschiedenis beschreven aan de hand van de avonturen van Ton Vissers, sportdirecteur bij de ploegen Willem II-Gazelle, Gazelle, Canada Dry-Gazelle, Robot-Gazelle, Alsaver, Zoppas, AMKO en Vorselaars Autoschade. De tocht gaat van grote successen ten tijde van Willem II-Gazelle naar steeds minder succes en des te meer moeilijkheden. 

    Ton Vissers stond echter niet alleen. Ook andere ploegen hadden veel financiële of organisatorische problemen en een aantal daarvan krijgen ook een korte beschrijving zoals de ploegen Peijcom, Wybert-Läkerol, Kela, M.I.C.-Ludo-de Gribaldy, Rompelberg-Bonfrère, Splendor-Presutti, De Onderneming, Piccadilly-Ruysdael, Jet Star Jeans, Bode Deuren en La Cloche. 

    Wie bij deze ploegen reed, al of niet als gastrenner, was niet altijd even duidelijk. Dat veel renners niet of niet volledig betaald werden was dat wel. Dat de successen meestal miniem waren eveneens. Maar de ploegen maakten onderdeel uit van het wielerpeloton en zorgden ervoor, door de aanwezigheid van deze mindere goden, dat de groten zoals Eddy Merckx, Roger De Vlaeminck, Rik Van Looy, Walter Godefroot, Herman Vanspringel, Eric Leman, Jan Janssen, Rini Wagtmans, Joop Zoetemelk, Jan Raas, Gerrie Knetemann en Hennie Kuiper konden schitteren. Zoals Fred Rompelberg, die zich de situatie van de mindere renners aantrok zei: “Ook achteraan in het peloton moet er reclame zijn.”

    Gegevens

    Auteur: Jan De Smet
    Publicatiedatum:
    Aantal Pagina’s: 263
    Afmetingen: 21,5 x 28,5 x 2,0 cm
    ISBN: –
    Bindwijze: Hardback

    In winkelmand
  • Armand Desmet – ‘Mantie Smet’ Luitenant zonder strepen

    In de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw tierden de ‘flandriens’ nog welig in de Vlaamse gezinnen. Jonge Vlaamse kerels die niet leerden lezen door Hendrik Concience, maar wel door ‘Koarle’, Karel, Van Wijnendaele.

    Zo ook in de streek van Waregem waar Armand Desmet of ‘Mantie Smet’ het koersen als het ware met de moedermelk meekreeg. 

    Mantie verslond de boeken van Karel Van Wijnendaele over “Het Rijke Vlaamsche Wielerleven”.

    Mantie droomde van de koers, Mantie at koers, Mantie dronk koers, Mantie asemde koers, Mantie was koers. Mantie wou worden zoals Ritten Van Leirberghe in de Ronde van Vlaanderen van 1919 en “Ze allemoal noar huus rieën”. 

    Mantie werd profrenner bij de Groene Leeuw, een rijwielfabriekje uit het nabijgelegen Deinze bij de legendarische sportdirecteur Berten De Kimpe. Het was het begin van een schitterende carrière, maar ook een carrière met veel tegenslagen.

    Mantie won de eerste uitgave van de E3-prijs in Harelbeke en in 1959 won hij de Ronde van België. In de Tour van dat jaar beging hij, volgens zijn zeggen, de grootste stommiteit van zijn leven. Hij verspeelde een unieke kans om in de Gele Trui te rijden. 

    In 1960, in de Vuelta, stond Mantie een paar dagen voor het einde ruimschoots op kop. Een ongelukkige val zorgde echter voor een schouderblessure. Twee dagen voor het einde ging zijn ploegmaat Frans De Mulder, al of niet opzettelijk, mee in een ontsnapping. Mantie was de eindoverwinning in de Vuelta kwijt aan zijn ploegmaat, zelf werd hij nog 2de. Maar van Berten De Kimpe, zijn sportdirecteur, moest hij nooit meer iets weten.

    Mantie maakte de overstap naar de Rode Garde van Keizer Rik Van Looy. Mantie leerde het professionalisme van de Italiaanse ploegen kennen met trainingskampen aan het Gardameer, mooie hotels, kostuums enz…. maar bleef een van de meest onfortuinlijke renners uit de wielergeschiedenis. In de Giro van 1962 won Mantie een rit en kwam in het bezit van de Roze leiderstrui. Tot de 15de rit gereden werd. Die ging over de Passo Rollo. In een verschrikkelijke sneeuwstorm zoals die in de Giro kunnen voorkomen, gaf heel zijn ploeg, op Huub Zilverberg na, op en Mantie verloor op een dramatische wijze zijn leiderstrui. 

    Het jaar erop was er een prachtige prestatie met een 5de plaats in de Tour de France en het kon zelfs meer geweest zijn indien hij iets beter had gepresteerd in het tijdrijden. Hij werd geselecteerd voor het wereldkampioenschap in Ronse. Een wereldkampioenschap waarin hij een belangrijke rol speelde en vanuit een bevoorrechte positie de door iedereen gekende afloop van het WK kon aanschouwen. 

    In 1964 kwam hij in de 13de rit van de Tour zwaar ten val tijdens de afdaling van de Envalira en even werd het allerergste gevreesd. De sporen van die val droeg hij zijn hele verdere leven mee. 

    Mantie was een Flandrien. Winnaar van de Ronde van België, 2de in de Vuelta, 5de in de Tour (en het kon meer geweest zijn), 10de in de Giro, toptien plaatsen in klassiekers zoals 3de Luik-Bastenaken-Luik, Gent-Wevelgem en Parijs-Brussel 4de in de Ronde van Vlaanderen en de Waalse Pijl, 5de in Parijs-Roubaix, 8ste in de Ronde van Lombardije en 10de in Milaan-Sanremo.

    Flandriens sleuren, beuken, stoempen, trekken, zwoegen en draaien hun kas af.

    Mantie was een Flandrien.

    Mannen als Mantie die maken ze niet meer.

    Mannen als Mantie die verdienen ……… een boek.

    Gegevens

    Auteur: Jan De Smet en Marc Fourneau
    Uitgever: Marc Fourneau
    Publicatiedatum: juli 2017
    Aantal Pagina’s: 268
    Afmetingen: 21,5 x 30,3 x 2,1 cm
    ISBN: 9789460210402
    Bindwijze: Hardback

    In winkelmand
  • Bijlagen – De 100 km ploegentijdrijders – Namen & cijfers

    In dit derde deel logie rond de ploegentijdritten zal de lezer enkel namen, namen en namen terugvinden alsook veel tijden.

    Tijdens mijn opzoekingen ronde de 100 km ploegentijdrit verzamelde ik zoveel gegevens, aangebracht van over de hele wereld. Gezien deze gegevens voor mij al moeilijk te vinden waren vond ik het niet opportuun deze ergens te laten verdwijnen in een of andere kast. Vandaar dat ik ze ter beschikking wilde stellen aan andere wielerarchivarissen en wielerfanatici.

    Ik heb geprobeerd alle namen van de renners die ooit aan een 100 km, 70 km of 50 km ploegentijdrit deelnam op de Olympische Spelen of wereldkampioenschappen amateurs, junioren of dames te verzamelen.

    Dat is mij gelukt voor de amateurs en de dames. Gezien ik niet alle uitslagen van de junioren compleet heb, ondanks veel opzoekingswerk, is dat voor deze categorie niet gelukt.

    Van veel ploegentijdritten heb ik geprobeerd de complete uitslag te verkrijgen. Het was de bedoeling daarmee de voorbereiding van de verschillende landen te kunnen schetsen. Het is bij een idee gebleven want de info was te massaal. Niettemin heb ik wat ik verzameld heb in dit boekdeel samengebracht. 

    Het is een boek puur voor de wielerarchivarissen. Ik hoop dat sommigen er blij mee zijn.

    Gegevens

    Auteur: Jan De Smet
    Uitgever: Jan De Smet
    Publicatiedatum: mei 2020
    Aantal Pagina’s: 176
    Afmetingen: 19,6 x 26,6 x 1,5 cm
    ISBN: –
    Bindwijze: Hardback

    In winkelmand
  • De ‘moordende’ 100 km ploegentijdrit – De gescheidenis van de 100 km ploegentijdrit

    De geschiedenis van de 100 km ploegentijdrit, een discipline die jammer genoeg verdwenen is van het Olympisch programma en de wereldkampioenschappen wordt in dit boek uitvoerig besproken.

    Het boek kwam er na een discussie op internet waarbij beweerd werd dat de 100 km ploegentijdrit ‘moordend’ was in de meest letterlijke betekenis. Met deze studie probeer ik dit te weerleggen.

    Tijdens het onderzoek naar deze discipline kwamen er veel andere gegevens in mijn bezit. Daardoor kwamen er naast de vraag of de ploegentijdrit ‘moordend’ was andere vragen naar boven zoals welk land won de meeste medailles, welke renner won de meeste medailles, wat was het grootse en wat was het kleinste verschil ooit tussen de eerste en de tweede. In totaal zijn er zo 25 items die uitgeplozen werden.

    Naast de amateurs zijn, in de mate van het mogelijke, ook de junioren, de dames en de recentere vormen van ploegentijdrijden besproken.

    Bepaalde recensenten verwachten details over doping en geld in de boeken die heden ten dage geschreven worden. Ik zal de lezer moeten ontgoochelen. Het is een boek vol feiten, namen en cijfers met nu en dan een zijsprong dat eerder als anekdotisch of een wistjedatje kan beschouwd worden.

    Voor de echte wielerliefhebbers denk ik dat het boek meer dan de moeite kan zijn. De sensatiezoekers zal ik moeten ontgoochelen.

    Toch wens ik de lezer veel leesplezier toe en ik hoop dat hij of zij achteraf het met mij mee zal betreuren dat deze mooie discipline afgeschaft werd.

    Gegevens

    Auteur: Jan De Smet
    Uitgever: Jan De Smet
    Publicatiedatum: mei 2020
    Aantal Pagina’s: 258
    Afmetingen: 19,6 x 26,6 x 2,0 cm
    ISBN: –
    Bindwijze: Hardback

    In winkelmand
  • Gösta, Sture, Erik en Tomas Pettersson – De kunst van het ploegentijdrijden

    Het moet een prachtig zicht geweest zijn. Vier renners op een rij, in volle inspanning, gestroomlijnd over de weg fietsend. Vier renners en ook vier broers. Allen gekleed in de mooie blauwe truien met twee horizontale gele strepen, de trui van Zweden. Gösta, Sture, Erik en Tomas Pettersson met twee t’s en twee s-en. De Zweedse hardrijders uit de jaren 60 en 70. 

    Een beetje wielerkenner kent de namen van de Petterssons nog. Zeker Gösta Pettersson kent men wel, 3de in de Tour de France, winnaar van de Tour de Romandie en Giro d’Italia. Misschien ook nog wel Tomas, een begenadigd tijdrijder die samen met Gösta de Trofeo Baracchi won. Maar Sture en Erik zijn al heel wat minder bekend.

    Om een of andere reden ben ik altijd geïntrigeerd geweest door broederparen in de wielersport. Daarnaast had ik ook altijd interesse voor de Scandinavische landen en bij uitbreiding de exoten in de wielersport van de jaren 60 en 70, de Scandinavische renners. Kortom ik had het altijd wel een beetje voor de stugge, zwijgzame, ondoorgrondelijke Vikingen.

    Daarnaast is ook Sture Pettersson gedeeltelijk verantwoordelijk voor mijn nieuwsgierigheid naar de broers. Alleen al de naam Sture had iets speciaals. Hij was de minste van de vier en ik heb het altijd gehad voor de minste of de buitenbeentjes. Bij muziekgroepen heb ik het altijd voor de drummer of desnoods de basgitarist, in het voetbal gaat mijn interesse uit naar de keeper, desnoods de linksback. Dus ik had het wel voor Sture zoals ik het had voor Ringo van de Beatles, Charlie Watts van de Stones en Birger Jensen van Club Brugge. Allen mannen met een beetje een hoek af. Of dat bij Sture ook zo was weet ik niet, maar het was ‘mijn’ Pettersson.

    Als in een echte ploegtijdrit hebben ze hun profcarrière op elkaar afgestemd. Ze werden alle vier prof in 1970 bij Ferretti, de ploeg met, volgens mij, een van de mooiste truien ooit. Eind 1971 haakte Erik al af, een jaar later was het de beurt aan Sture, nog eens een jaar later Tomas en Gösta hield het vol tot in 1974.

    Maar wat weten we van deze Zweden. Ja, ze kwamen uit Zweden en Gösta was geen onaardig renner en werden ze geen wereldkampioen tijdrijden? Hoe zat het trouwens met de Olympische Spelen? Werden ze ooit Olympisch kampioen?

    Het verhaal begint in Zweden in de jaren 40. Er waren eens … twee Zweden, Karl-Gustaf Pettersson, geboren in 1900 in Sölvatorp, Kullings-Skövde en Lilly Ekman die huwden en zes kinderen kregen waaronder Gösta Artur Roland Pettersson, Sture Helge Vilhelm Pettersson, Erik Håkan Pettersson en Tomas Rune Pettersson. Deze vier zonen zouden wielergeschiedenis schrijven.

    Geen sensatie, geen grote verhalen over doping, want daar hadden de broers het niet voor, hier en daar wel iets over geldzaken want ook al als amateur reden de broers al voor het geld. Wel veel uitslagen, resultaten, cijfers over overwinningen en nu en dan een zijsprong naar een of andere anekdote die het vertellen waard is.

    Ik hoop dat de lezer achteraf tot de conclusie kan komen dat hij of zij de carrières van de Petterssons beter kent.

    Gegevens

    Auteur: Jan De Smet
    Uitgever: Jan De Smet
    Publicatiedatum: juli 2019
    Aantal Pagina’s: 164
    Afmetingen: 19,6 x 26,6 x 1,5 cm
    ISBN: –
    Bindwijze: Hardback

    In winkelmand